Militair Tijdschrift, volgnummer 63; 01/01/1873

Militair Tijdschrift, volgnummer 63; 01/01/1873

HET WEDUWEN- EN WEEZENFONDS.

«Mede te werken tot verbetering, elk naar zijn vermogen, is plicht." (Mil. tijdschr. jaargang 1870, blz. 2).

Het tegenwoordig reglement op het weduwen- en weezenfonds dagteekent van 1841, dus van een tijd, toen zoowel de begrippen omtrent vaderlijke zorg van de regeering voor hare dienaren als ten aanzien van staathuishoudkunde in het algemeen, anders waren dan thans. Die begrippen zijn in vele opzichten gewijzigd; wat toen goed en doelmatig geacht werd, is, meent men, dat thans niet meer, en meer en meer komen de Indische officieren tot de over tuiging, dat de grondslagen, waarop hun fonds is opgetrokken, niet deugen.

Wat ons betreft wij zouden liefst alle bemoeienis der regeering met pensioenen, weduwen- en weezenfondsen en dergelijke voor de landsdienaren afgeschaft willen zien; het geval van sneuvelen of op andere wijze omkomen in 's lands dienst, en dergelijke (verlies van ledematen enz.) natuurlijk uitgezonderd. Wanneer aan de offi cieren en ambtenaren werd overgelaten, zelf voor hun ouden dag, voor hunne vrouwen en kinderen te zorgen, dan zou men tot een vrij wat zuiverder toestand komen dan thans, nu velen tegen hun zin gebonden blijven aan een dienst, die hun niet bevalt. De tractementen zouden dan zooveel verhoogd moeten worden, dat zij in overeenstemming waren met hetgeen iemand van dezelfde ontwik keling en ijvfir in andere betrekkingen verdienen kon. Van weerszijden

« terug